Getuigenissen

Frans Bosmans

De dag van vandaag wordt er veel gecommuniceerd via computer, wat zeker zijn voordelen heeft. Tijdens de periode dat ik Maurice gekend heb, en die beslaat toch ongeveer 40 jaar, was dat nog niet het geval. Er werd gebeld, men kwam bij elkaar en er werd vergaderd en gepraat. Tijdrovend zal je zeggen, maar het had ook zo zijn voordelen: rechtstreekse contacten om problemen te bespreken en zelfs gewoon om wat van gedachten te wisselen.
Het is in die optiek dat je mijn bevindingen moet kaderen.
Mijn eerste ontmoeting met Maurice was op een vergadering in de aanloop naar de stichting van de Federatie Leefmilieu Hageland, ergens in 1976. Ik was er als geïnteresseerde in natuur en leefmilieu naartoe gegaan. Daar bleef het dan bij.
In het voorjaar van 1979 kreeg ik van hem een telefoon met de vraag een project verder te zetten rond Hagelands Groen, wat achteraf ook in boekvorm verschenen is. In het kader van de tewerkstelling (Bijzonder Tijdelijk Kader) mocht de Federatie éénjarige studieprojecten inrichten. De ploeg die rond de ingediende en goedgekeurde projecten werkte had destijds de bovenverdieping van het oude gemeentehuis van Betekom ter beschikking. Achteraf werd dat een pand in de Amerstraat in Aarschot.
Ik vertel dit maar omdat het eigenlijk pas vanaf dat BTK-project was dat ik samengewerkt heb met Maurice. Als voorzitter van de Federatie Leefmilieu Hageland was hij eerst mijn ‘baas’, achteraf ben ik mee in het bestuur gekomen.
Ik zou mijn ervaringen met Maurice willen indelen in 2 periodes: de tijd van de BTK-projecten en de tijd daarna. Met ‘daarna’ bedoel ik dan de periode vanaf 1995 tot op het moment van zijn overlijden. De Periode van de Federatie was ten einde gekomen en de focus kwam vanaf toen meer te liggen op de bescherming van de Maagdentoren.
Hoe heb ik Maurice ervaren in de periode van de Federatie Leefmilieu Hageland?
Als iemand die begaan was met de leefmilieuproblematiek, waarvan de behandeling (door de overheidsinstanties) toen nog in de kinderschoenen stond. Ondanks dat wist Maurice een goede koppeling te maken tussen de vrijwilligersmentaliteit enerzijds (eigen aan het verenigingsleven) en een doelgerichte leiding van een vereniging, waarbij hij deskundig de natuur- en leefmilieuproblemen die zich in die tijd aandienden in goede banen wist te leiden. Met oog voor de verschillende onderdelen van de werking van de vereniging. Sturen met zachte hand om doelstellingen te verwezenlijken die, zoals ik al vermeldde, toen nog in de kinderschoenen stonden. Steeds was hij aanwezig op vergaderingen met een positieve aanpak voor het probleem zelf. Luisteren naar de standpunten van de aanwezigen, duidelijk een eigen standpunt formulerend en steeds vanuit voldoende achtergrondkennis. Dat was ook zo met betrekking tot de projecten binnen het BTK-systeem. Zeer regelmatig bracht hij een bezoek aan de BTK-ploeg en hield zich zo van de activiteiten op de hoogte. Verliep het goed, dan wist je het wel. Zo niet dan stuurde hij bij, maar voor zover ik me herinner met zachte hand.
Gaandeweg had ik meer en meer contact met hem: als BTK-er (in de beginperiode concentreerden de activiteiten zich vooral op educatief vlak, wat resulteerde in het verschijnen van verschillende brochures), als bestuurslid en later, toen er allerlei activiteiten georganiseerd werden rond bescherming van natuur- en leefmilieu. Maar ik vermoed dat je daar al heel wat informatie over hebt. Ik bedoel dan: afvaart van de Demer, voettocht van Aarschot naar het koninklijk paleis om via een brief de aandacht te vestigen op de problemen in het Hageland, opruiming van stortplaats waar nu de parking van de Demervallei is, … Ook de bezetting van de Maagdentoren en een ballonvaart dateren uit die tijd (waar ikzelf niet bij was wegens hoogtevrees). Ik denk dat een aantal van die ideeën van hem kwamen. Voor dat soort dingen had hij een speciale neus. En ook onder het motto: het ijzer smeden als het heet is. Zo was hij ook mede-initiatiefnemer voor het wekelijks verschijnen van een artikel over leefmilieu in de Belleman en voor het verzorgen van een wekelijks informatief leefmilieu-radio-uurtje op de Aarschotse radio Touring. En hij sprong mee op de kar om als drummer mee te doen bij een optreden in de stadsfeestzaal van Aarschot.
Ik zeg dit alles omdat ik vind dat hij als goede bestuurder en mede-uitvoerder oog had voor een probleem en vaak op het gepaste ogenblik met de doelstellingen van de vereniging voor ogen de koppeling met het probleem wist te maken. Ik kom daar straks nog even op terug.
Als ik er achteraf over nadenk was de oprichting van de Federatie midden de jaren ‘70, mede onder impuls van Maurice, een zaak met een visie voor hoe er op langere termijn met natuur- en leefmilieu zou moeten worden omgesprongen. En in die zin was men ver vooruit op de toekomst.
Ik geef maar enkele voorbeelden.
Destijds werd een groot BTK-project bij de RVA ingediend waar milieuwerking, educatie, economie en toerisme in één pakket werden opgenomen. Met het oog op een verantwoord gebruik van de natuur in een groter geheel. Beheerwerken in de natuur was een onderdeel, toeristische wandelingen met onderweg of aan het einde een bezoek aan een boerderij waar je streekproducten kon aanschaffen, educatie over milieu naar de scholen toe, …. Het project is toen niet aanvaard, maar als je er nu naar kijkt moet je toegeven dat de overheid al deze zaken naar zich heeft toegetrokken. Zoveel jaar later werden een aantal van deze dingen verwezenlijkt. En als ik nu tussen Langdorp en Aarschot langs de Demer wandel, zie ik dat er kajaks verhuurd worden om te peddelen op een Demer waarvan het water terug wat properder is (cfr. onze actie-kajakafvaart van de Demer, ik geloof in 1986).
Na 1995 spitste Maurice zich meer toe op de bescherming van de Maagdentoren.
Maar we hielden regelmatig contact. En ook hier weer bleek zijn feeling voor de bescherming van – in dit geval – het Vlaams erfgoed. Zijn inzet op dit vlak was groot en hij volgde stap voor stap de evolutie van de toestand van de Toren, zowel voor als na de instorting. Weer speelde hij prompt in op het gebeuren. Na de instorting belden we met elkaar en ik vertelde hem dat ik uit verontwaardiging over het gebeuren een tekst had gemaakt op het nummer ’De Eerste Sneeuw’ van Jan de Wilde: ‘De Eerste Steen’. Prompt stelde hij me voor het nummer te komen spelen bij de protestactie die de volgende week doorging. Wat mijn muzikale kompaan en ikzelf dan ook gedaan hebben. Een unieke ervaring.
Ook de jaren daarna bleven we in contact met elkaar.
Enkele keren per jaar spraken we af om ergens tussen Keiberg en Aarschot iets te gaan drinken. Er werd dan gepraat over allerlei. Over lokale toestanden in Scherpenheuvel- Zichem of Aarschot, maar zeker en vast ook over meer algemene problemen die actueel waren. Ik heb goede herinneringen aan die gesprekken. Soms ging het er hard aan toe omdat we andere standpunten hadden maar, en daar waardeer ik hem nog steeds voor, achteraf konden we elkaar steeds zonder reserves terug onder ogen komen. Het is waarschijnlijk één van de belangrijkste redenen waarom we in alle vriendschap die 40 jaar rond hebben kunnen maken.
Voor het overige moet ik zeggen dat er eigenlijk nog zoveel niet verteld is, maar ik besluit met de laatste woorden van ‘Testament’ van Boudewijn de Groot (met een licht aangepaste tekst):
‘Verder niets, er zijn alleen nog heel veel dingen
Die ik houd, omdat geen mens er iets aan heeft
Dat zijn de vele goede herinneringen
Die neemt men mee zolang men verder leeft’

Gust van Huffelen

Begin de jaren tachtig had ik het genoegen om met Maurice in contact te komen. In eerste instantie als BTK-er bij de Federatie Leefmilieu Hageland in Aarschot maar die contacten groeiden verder uit via de Kultuurkring Ernest Claes in 1885 en het daaruit voort gegroeide Ha-team en een would-be-groepje dat we oprichtte met de alles zeggende naam ‘Midlife crises’.
Maurice was de voortrekker van al die dingen, niet dat hij dat dat zo direct opviel maar hij stuurde ons tot het zover was.
Maurice was een natuurlijke leidersfiguur, een diplomaat, maar ook iemand die maar zelden het achterste van zijn tong liet zien. Hij had zijn politieke voorkeuren maar dat nam niet weg dat hij met zo goed als iedereen over de baan kon. Een mening kon hij heel goed scheiden van de mens die ze had. Hij wist ook diezelfde politiek ‘te gebruiken’ voor zijn doeleinden. Enfin hij was een man van heel veel kwaliteiten. Dat hij sociaal geëngageerd was en één van de eerste voortrekkers voor een ‘beter leefmilieu’ hoeft geen betoog.
Maar één ding zal me altijd aan hem binden: zijn weergaloze humor. We hebben heel wat af gelachen die jaren dat we samen waren, emmers vol… heerlijke, zalige tijden.
Ach An, het zou ons te ver leiden om hem te proberen te ontleden en dat wil ik ook niet. De mens Maurice Swinnen was en is wat we ons van hem herinneren. En bij mij waren dat ‘allemaal’ heerlijke herinneringen.

Eddie Janssens

Enkele dagen na de gedeeltelijke instorting van de Maagdentoren in Zichem, op 1 juni 2006, leerde ik Maurice Swinnen kennen. Zijn bezielende persoonlijkheid zorgde ervoor dat ik eerst lid en daarna bestuurslid werd van zijn VZW Red De Maagdentoren. Via de talrijke vergaderingen van de VZW maar ook daarbuiten leerde ik Maurice goed kennen. Zo deelden we onder meer dezelfde visie rond erfgoed en educatie. Als onderwijsmens in hart en nieren besefte Maurice maar al te goed dat werken rond erfgoed in belangrijke mate neerkomt op het duurzaam doorgeven van waardevolle elementen uit het verleden naar een volgende generatie toe. Maar het besef dat iets in je omgeving waardevol is, krijg je niet zomaar. Net zoals wij jongeren initiëren in (een vreemde) taal of wiskunde, dienen we hen ook op een persoonlijke manier kennis te laten maken met erfgoed uit het verleden. Dat kan voor een stuk qua kennisoverdracht, via leren over het verleden in het geschiedenisonderwijs. Maar jongeren moeten ook monumenten in hun omgeving zelf gaan onderzoeken. Dit dient vooral vanuit de eigen beleving en zintuigelijk te gebeuren; leren kijken vanuit verschillende perspectieven, het monument ‘voelen’, ja zelfs ‘ruiken’. Pas dan kan erfgoed iets persoonlijk waardevols worden.
Vanuit deze sterke visie zetten wij rond het jaar 2012 een foto- en tekenwedstrijd op rond het onderwerp ‘De Maagdentoren’. Maurice zette er meteen zijn schouders onde en dit initiatief werd een succes. Vele scholen, individuele kinderen en volwassenen namen daaraan deel. Door dit monument kunstzinnig te bekijken creëerden we een waardevolle, emotionele band tussen het erfgoedstuk en het publiek dat voor een keer ‘anders’ ging kijken naar dit erfgoed pareltje. Zo kreeg de Maagdentoren niet alleen meer bekendheid maar ook betekenis in het heden en verleden bij een bredere laag van de bevolking, in het bijzonder bij de jonge generatie.
Dit is slechts één mooi voorbeeld dat illustreert hoe Maurice erfgoed en educatie wist te koppelen. Het verheugt me daarom ten zeerste dat zijn naam in de toekomst verbonden zal worden aan zowel projecten die educatieve waarden meedragen als initiatieven in verband met erfgoed. Ik ben zijn dochter, An Swinnen, dankbaar om deze ‘Ter ere van Maurice’ op te richten en ik wens haar hiermee veel succes.